Belastingwetgeving
belangrijke wijzigingen toege
licht (2)

Btw & accijnzen

Laag btw-tarief elektronische uitgaven

Het verlaagd btw-tarief van 9% (percentage 2019) gaat ook gelden voor boeken, educatieve informatie voor het onderwijs, dagbladen, tijdschriften en dergelijke in elektronische vorm. U als ondernemer mag het verlaagde tarief ook toepassen op het verlenen van toegang tot nieuwswebsites zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften.

Juist btw-identificatienummer

Het indienen van een juiste periodieke Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP) wordt vereist voor toepassing van het nihiltarief voor de btw. Het vermelden van een juist btw-identificatienummer is nodig voor het indienen van een juiste Opgaaf ICP en wordt dus ook verplicht. Hiermee worden de gevolgen van enkele arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie ongedaan gemaakt. Heeft een ondernemer niet aan de voorwaarden voldaan, dan vervalt de aanspraak op het nihiltarief op de betreffende levering. Herstel is mogelijk als naar het oordeel van de inspecteur alsnog de voorwaarden worden vervuld, bijv. door binnen een bepaalde termijn het juiste btw-identificatienummer van de afnemer te overleggen.


Tip:

Voorkom het vervallen van uw aanspraak op het nihiltarief door het vermelden van een juist btw-identificatienummer.

Regeling voor ketentransacties

Het voorgestelde artikel bepaalt aan welke van de opvolgende leveringen in de keten het intracommunautair vervoer of de verzending moet worden toegeschreven. Alleen die levering wordt dan aangemerkt als de intracommunautaire levering. De overige leveringen binnen de keten worden aangemerkt als een binnenlandse levering. De leveringen in de keten vóór de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering vinden plaats in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.

Let op!

Voor de toepassing van de regeling moet eerst worden bepaald wie in de keten de tussenhandelaar is aan wie het intracommunautaire vervoer of de intracommunautaire verzending wordt toegeschreven.

Auto & Mobiliteit

Bijtelling emissievrije auto’s

In het Klimaatakkoord is een maatregel opgenomen om de bijtelling voor het privégebruik van een elektrische auto van de zaak te verhogen. Per 1 januari 2020 stijgt de fiscale bijtelling voor elektrische auto’s naar 8% (was 4%) over de cataloguswaarde tot € 45.000 (was € 50.000). Daarboven geldt de gewone bijtelling van 22%. In 2021 bedraagt de bijtelling 12% over de eerste € 40.000. De gewone bijtelling blijft 22% bedragen. In de jaren na 2021 stijgt de bijtelling over de eerste € 40.000 totdat vanaf 2026 geen verschil meer wordt gemaakt tussen elektrische en gewone auto’s van de zaak.

Tip:

Koop in 2019 nog een elektrische auto. Dan geldt nog een bijtelling van 4% over de cataloguswaarde tot € 50.000 en 22% voor het meerdere.

(Vermogende) Particulieren

Lastenverlichting burgers

Het kabinet wil een lastenverlichting voor burgers doorvoeren. Het wetsvoorstel Belastingplan 2020 bevat diverse maatregelen die de inkomstenbelasting verlagen en (meer) werken nog lonender maken. Het gaat onder meer om de versnelde invoering van het tweeschijvenstelsel. De invoering die aanvankelijk in 2021 zou plaatsvinden, wordt al in 2020 gerealiseerd, met voor 2020 een basistarief van 37,35% en een toptarief van 49,5%. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. De verhoging van de algemene heffingskorting pakt positief uit voor lagere inkomens.

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen die aan het begin van 2020 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen in beginsel qua effect twee schijven verwachten.


Deze percentages zijn dus inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, geldt een andere tariefstructuur.

Deze percentages zijn dus inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, geldt een andere tariefstructuur.

Afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven

Door invoering van de subsidieregeling Stimulans van de Arbeidsmarktpositie (STAP) wordt de fiscale aftrek van scholingsuitgaven afgeschaft. Van deze nieuwe subsidieregeling zijn op dit moment alleen nog de contouren bekend. Het einde van de inkomstenbelastingaftrek zal gelijk zijn aan de inwerking-tredingsdatum van de STAP. Uitgegaan wordt van 31 december 2020. Hierdoor kunt u in ieder geval in 2020 nog gebruik maken van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven.


Let op!

Er komt geen overgangsrecht voor scholingsuitgaven die gedaan worden na de afschaffing van de fiscale aftrek.

Overige maatregelen

Openbaarmaking boete adviseur

De inspecteur krijgt de mogelijkheid om een boete die is opgelegd aan een ‘adviseur’ wegens het meewerken aan belastingontduiking of toeslagfraude, te publiceren op www.belastingdienst.nl. Het gaat om vergrijpboeten opgelegd aan (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand ver-leenden bij de ontduiking of fraude. Tegen het besluit tot openbaarmaking is bezwaar mogelijk. Het doel is dat inzicht wordt gegeven in het soort vergrijp van de ‘adviseur’, hoe hoog de boete is, waar en wanneer de overtreding is begaan en wanneer de boete is opgelegd.

Let op!

De wetgeving geldt voor boeten die betrekking hebben op een overtreding die is begaan op of na 1 januari 2020.

Boetevrije inkeer aangepast

Op grond van de inkeerregeling kunnen belastingplichtigen die inkomen of vermogen hebben ver-zwegen de hoogte van een bestuurlijke boete beperken. De uitsluiting van de inkeerregeling wordt langs twee lijnen uitgebreid, namelijk met:

1. box 2-inkomen;

2. inkomen uit sparen en beleggen dat in het binnenland is opgekomen.


Het onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is opgekomen en inkomen dat in het binnen-land is opgekomen wordt hiermee weggenomen.


Let op!

Dit geldt zowel voor toeslagen als voor belastingen.

Tonnageregime aangescherpt

Nederland moet per 1 januari 2020 zijn tonnageregime aanscherpen.

Een aanscherping is voorgesteld voor de onderdelen inzake:


1. het in tijd- en/of reischarter houden van schepen;

2. het vlagvereiste;

3. het vervoer van zaken en personen in het internationale verkeer over zee.

Verhoging ovb voor niet-woningen

Op dit moment is het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor onroerende zaken 6%. Per 1 januari 2021 wordt dit tarief 7%. Niet-woningen zijn bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen, bedrijfsruimten, grond die bestemd is voor woningbouw en hotels en pensions. Het tarief voor woningen blijft gehandhaafd op 2%. De verhoging van het algemene tarief gaat in op 1 januari 2021. Met deze maatregel wil het kabinet bij de dekking van het klimaatakkoord de burger ontzien en het bedrijfsleven laten meebetalen.

Het schrappen van de overdrachtsbelasting voor starters is voorlopig nog niet aan de orde.

Tip

Het wordt nog belangrijker om daar waar mogelijk een gebouw dat wordt overgedragen aan te merken als woning. In diverse twijfelgevallen heeft de rechter al gunstig beslist.

Bewijs intracommunautair vervoer

Het bewijs dat een goed de lidstaat heeft verlaten, is belangrijk voor de toepassing van het nihiltarief voor de btw. Het vereiste aantal bewijsstukken wordt teruggebracht tot twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken. Zo worden voor bedrijven moeilijkheden en onzekerheden weggenomen. Bij twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken worden de goederen geacht vanuit het grondgebied van de lidstaat van levering te zijn verzonden of vervoerd. Denk aan een ondertekend CMR-document en een door een onafhankelijke derde ondertekend vervoersdocument. De verklaring van de afnemer moet uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de maand waarin de intracommunautaire levering plaatsvond bij de leverancier zijn.


Let op!

De bewijsstukken moeten afkomstig zijn van twee partijen die onafhankelijk zijn van elkaar.

Oplossing voor voorraad op afroep

De overbrenging door een ondernemer van eigen goederen uit het bedrijf naar een andere EU-lidstaat wordt niet langer behandeld als een levering van goederen onder bezwarende titel. De intracommunautaire levering (ICL) en de intracommunautaire verwerving (ICV) vinden daardoor pas later plaats. Niet de leverancier, maar de afnemer moet de ICV aangeven in de lidstaat van bestemming. De leverancier hoeft zich in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep dus niet meer in de lidstaat van bestemming te registreren.

Let op!

De regeling wordt toegepast als aan de voorwaarden is voldaan en kan niet naar keuze worden toegepast.

Verhoging accijns op diesel

Het kabinet stelt voor de accijns op diesel per 1 januari 2021 met 1 cent te verhogen. Ook voor 2023 stelt het kabinet voor de accijns op diesel met 1 cent per liter te verhogen. De voorgestelde verhogingen zijn nodig om de voorstellen uit het Klimaatakkoord te kunnen bekostigen.

Verhoging tabakaccijns

Taxibedrijven krijgen geen bpm-teruggave meer bij de aanschaf van nieuwe auto's. Dit geldt voor straattaxi’s, contractvervoer en doelgroepenvervoer van bijvoorbeeld gehandicapten of leerlingen. Hierdoor wordt de taxibranche gestimuleerd om minder vervuilende taxi’s en taxibusjes te kopen. Voor auto’s die minder CO2 uitstoten, is de bpm lager. Voor nul-emissie-auto’s – auto’s die geen CO2 uitstoten – geldt een vrijstelling van bpm.

BPM en MRB

Het nihiltarief in de BPM voor emissievrije auto’s wordt verlengd tot en met 2024. Vanaf 2025 geldt voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer de vaste voet van € 360 (prijzen 2019) in de BPM.


Het nihiltarief in de MRB voor een personenauto met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer wordt ook verlengd tot en met 2024. In 2025 betaalt men voor deze personenauto’s 25% van het dan geldende reguliere MRB-tarief. Vanaf 2026 betaalt men voor deze personenauto’s 100% van het reguliere MRB-tarief. Deze wijziging geldt niet alleen voor personenauto’s, maar ook voor bestelauto’s, motorrijwielen, vrachtauto’s, rijdende winkels, autobussen en buitenlandse motorrijtuigen.


Bestelauto’s van ondernemers hebben voor de MRB een verlaagd tarief. In de periode 2021 tot en met 2024 zullen deze tarieven jaarlijks gemiddeld stijgen met € 24 (op jaarbasis). In 2025 wordt het tarief verlaagd met gemiddeld € 24 (op jaarbasis).

Het voor de MRB geldende halftarief voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0 maar niet meer dan 50 gram per kilometer wordt verlengd tot en met 2024. In 2025 wordt dit halftarief omgezet in een driekwarttarief, waarna per 2026 het volledige tarief gaat gelden.


De huidige correctiefactor voor de massa van Plug-in Hybride Elektrische Voertuigen (PhEV’s) voor bestelauto’s wordt verlengd tot en met 2025.


Gewijzigde heffingskortingen

Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals voorgesteld (of vermeld) in (de Memorie van toelichting van) het Belastingplan 2020 of vermeld in de memo. Voor AOW-gerechtigden gelden in beginsel lagere maxima.

Vastgehouden wordt aan het afbouwtraject van het maximale aftrektarief voor de aangewezen grondslagverminderende posten. In 2020 geldt hiervoor een tarief van 46%.

Belastingrente erfbelasting

Er wordt geen belastingrente berekend als voor de eerste dag van de negende maand na een overlijden een aangifte erfbelasting wordt ingediend of een verzoek om een voorlopige aanslag wordt gedaan, en de aanslag overeenkomstig de aangifte of het verzoek wordt opgelegd. Voorgesteld is om deze regeling ook toe te passen in situaties waarin de aangiftetermijn niet aanvangt op de dag van het overlijden, bijvoorbeeld als er vanwege een zwangerschap onzekerheid bestaat over de persoon van de erfgenaam. De aangifte of het verzoek om een voorlopige aanslag moet dan binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt, zijn ingediend.

Tip

Als de aangifte niet tijdig is ingediend, wordt op basis van de nieuwe regeling pas belastingrente berekend vanaf het moment waarop de in de situatie geldende aangiftetermijn is overschreden.


Communicatie: elektronisch of per post

Elke belastingplichtige krijgt de mogelijkheid om te kiezen tussen elektronische of papieren toezending van berichten van de Belastingdienst. Die keuze kan op elk gewenst moment worden herzien en geldt voor alle berichtgeving op het gebied van de belastingheffing, de belastinginning en het toeslagendomein (dus niet per onderdeel). Als een belastingplichtige geen keuze maakt, wordt een standaardwaarde ingesteld: de optie die voor de belastingplichtige het meest passend lijkt. De belastingplichtige kan de standaardwaarde wijzigen door alsnog een keuze te maken. Dit voorstel treedt pas in werking als de systemen gereed zijn.

Let op!

Er zijn uitzonderingen mogelijk. Niet alle berichten kunnen al digitaal verzonden worden. Aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting moeten digitaal worden ingediend.

Let op!

Burgers die tevens ondernemer zijn, hebben voor wat betreft de inkomstenbelasting, de omzetbelasting en de loonbelasting geen keuzerecht. Deze berichtgeving blijft digitaal.

Lager belastingdeel energiebelasting

Voor een huishouden met een gemiddeld verbruik van 1179 m3 gas en 2525 Kwh elektriciteit stelt het kabinet voor om in 2020 het belastingdeel van de energierekening met € 100 te verlagen. In 2021 wil het kabinet de tarieven ongewijzigd te laten en na 2021 de stijging van het belastingdeel van de energiebelasting beperken. Deze verlaging van het belastingdeel zal vooral ten goede komen aan de laagste en middeninkomensgroepen.

Gegevensbescherming en betalingen

In de wet komt te staan welke gegevens de Belastingdienst bij een bank kan opvragen om een door de Belastingdienst ontvangen betaling te kunnen koppelen aan een in te vorderen bedrag. Denk daarbij aan vermelding van een onjuist betalingskenmerk bij een overschrijving. Efficiëntie en gege-vensbescherming zijn daarbij leidend.