Belastingwetgeving
belangrijke wijzigingen toeg
elicht (1)

Ondernemingen

Hoge Vpb-tarief gaat niet omlaag

De vorig jaar voorgestelde verlaging van het hoge Vpb-tarief in 2020 gaat niet door. Hierdoor blijft het hoge tarief van de Vpb in 2020 25% en zal het per 1 januari 2021 worden verlaagd naar 21,7%. De geplande verlaging van het lage tarief van de Vpb wordt niet aangepast. Dat tarief wordt met ingang van 2020 16,5% en per 1 januari 2021 15%.

Nieuwe vrijstellingen assurantiebelasting

Het wetsvoorstel beoogt twee vrijstellingen van assurantiebelasting in te voeren. De eerste vrijstelling ziet op de zogenoemde verzuimverzekeringen en WGA- en Ziekteweteigenrisicodragersverzekeringen. Hiermee wordt de wet in overeenstemming gebracht met de oorspronkelijke bedoeling van de wetge-ver en met de huidige praktijk. De tweede vrijstelling betreft de brede weersverzekering, een instru-ment voor actieve landbouwers om voorheen onverzekerbare weersrisico’s af te dekken. De vrijstelling van assurantiebelasting moet het voor actieve landbouwers aantrekkelijker maken om een brede weersverzekering af te sluiten.

Innovatiebox iets minder voordelig

Als ondernemingen (bv’s, nv’s, etc.) winst maken met innovatieve activiteiten, hoeven zij over dit deel van de winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Voor deze innovatieve winsten geldt de zoge-naamde innovatiebox. Het kabinet is van plan om het effectieve tarief van de innovatiebox te verhogen van 7% naar 9%.


Let op!

Dit plan is nog niet in de vorm van een wetsvoorstel gepresenteerd. Het is de bedoeling dat het vanaf 2021 gaat gelden.

Werkgevers

WKR: vrije ruimte vergroot

Binnen de WKR bedraagt de vrije ruimte voor werkgevers nu 1,2% van het totale fiscale loon van alle werknemers. De vrije ruimte maakt onbelaste vergoedingen en verstrekkingen mogelijk, ook al is er een privévoordeel. Denk bijvoorbeeld aan kantinemaaltijden of kleine bonussen. Ter verruiming van de vrije ruimte wordt een tweeschijvenstelsel voorgesteld. Dit betekent dat over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 de vrije ruimte 1,7% van de loonsom gaat bedragen. Over het restant van de loonsom blijft de vrije ruimte 1,2%.


Tip:

Met name MKB-ondernemers hebben hierdoor bijvoorbeeld meer ruimte om personeelsfeesten buiten de deur te organiseren.

Later aangifte en afdracht eindheffing

Als werkgevers in een bepaald kalenderjaar eindheffing verschuldigd zijn door het overschrijden van de vrije ruimte (in de WKR), moeten zij dit momenteel uiterlijk in de aangifte over het eerste aangifte-tijdvak van het volgende kalenderjaar aangeven. Voorgesteld wordt om deze termijn te verlengen naar het tweede aangiftetijdvak. Door de eindheffing uiterlijk met de aangifte over het tweede aangiftetijd-vak van het volgende kalenderjaar aan te kunnen geven, krijgen werkgevers meer tijd om de over-schrijding vast te stellen.

Systematiek S&O-aanvraag aangepast

Het aantal momenten per jaar waarop een S&O-verklaring (Speur- & Ontwikkelingswerk) kan worden aangevraagd wordt uitgebreid van drie naar vier. Ook wordt het uiterste moment van het indienen van een aanvraag gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, in plaats van een maand voorafgaand aan die periode. Voor aanvragen die betrekking hebben op de periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar, wordt voorgesteld de uiterste indieningsdatum te stellen op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Internationaal

Bronbelasting op renten en royalty’s

Tot op heden kent Nederland geen bronheffing op rente- en royaltybetalingen door Nederlandse li-chamen (vennootschappen en instellingen) aan buitenlandse lichamen. Dit gaat veranderen. Het ka-binet wil een einde maken aan het ongewenst gebruik daarvan. Nederland kent veel belastingverdra-gen op basis waarvan rente en royalty’s zonder heffing aan een Nederlands lichaam kunnen worden uitbetaald, waarna het Nederlandse lichaam de betalingen zonder inhouding van bronheffing kan doorsluizen naar een lichaam in een belastingparadijs (laagbelastend land). Het kabinet wil per 2021 een bronbelasting op uitgaande rente- en royaltybetalingen naar dergelijke landen invoeren. De bron-belasting gaat ook gelden in diverse misbruiksituaties. Het gaat niet alleen om brievenbusmaatschap-pijen. Met deze maatregel wordt ook gepoogd om verschuiving van winsten naar laagbelastende lan-den tegen te gaan. Daarom vallen ook lichamen met echte activiteiten in Nederland eronder en kunnen deze inhoudingsplichtig worden. Wel moet het gaan om gelieerde partijen, partijen die zodanig met elkaar verbonden zijn dat de activiteiten van het ene lichaam door het andere lichaam kunnen worden bepaald. Dat is in ieder geval zo als meer dan 50% van de statutaire stemrechten worden vertegen-woordigd.


Het tarief is even hoog als het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting.


De wet treedt in werking per 1 januari 2021. Enkele misbruikbepalingen gaan al gelden vanaf 1 januari 2020.


Let op!

Internationale concerns zullen ruim voor 2021 hun rente- en royaltystromen onder de loep moeten nemen.


Tot op heden kent Nederland geen bronheffing op rente- en royaltybetalingen door Nederlandse li-chamen (vennootschappen en instellingen) aan buitenlandse lichamen. Dit gaat veranderen. Het ka-binet wil een einde maken aan het ongewenst gebruik daarvan. Nederland kent veel belastingverdra-gen op basis waarvan rente en royalty’s zonder heffing aan een Nederlands lichaam kunnen worden uitbetaald, waarna het Nederlandse lichaam de betalingen zonder inhouding van bronheffing kan doorsluizen naar een lichaam in een belastingparadijs (laagbelastend land). Het kabinet wil per 2021 een bronbelasting op uitgaande rente- en royaltybetalingen naar dergelijke landen invoeren. De bron-belasting gaat ook gelden in diverse misbruiksituaties. Het gaat niet alleen om brievenbusmaatschap-pijen. Met deze maatregel wordt ook gepoogd om verschuiving van winsten naar laagbelastende lan-den tegen te gaan. Daarom vallen ook lichamen met echte activiteiten in Nederland eronder en kunnen deze inhoudingsplichtig worden. Wel moet het gaan om gelieerde partijen, partijen die zodanig met elkaar verbonden zijn dat de activiteiten van het ene lichaam door het andere lichaam kunnen worden bepaald. Dat is in ieder geval zo als meer dan 50% van de statutaire stemrechten worden vertegen-woordigd.


Het tarief is even hoog als het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting.


De wet treedt in werking per 1 januari 2021. Enkele misbruikbepalingen gaan al gelden vanaf 1 januari 2020.


Let op!

Internationale concerns zullen ruim voor 2021 hun rente- en royaltystromen onder de loep moeten nemen.


Woning

Verhoging energiebelasting op aardgas

Het kabinet wil de tarieven van de energiebelasting aanpassen door aardgas zwaarder en elektriciteit minder te belasten. Doel is investeringen in verduurzaming van woningen te stimuleren doordat zulke investeringen door de aanpassingen van de tarieven zich sneller terug verdienen. Ook verhoogt het kabinet de belastingvermindering op energiebelasting. Daarvan profiteren vooral huishoudens. De energiebelasting in de eerste schijf op aardgas wordt in 2020 verhoogd met 4 cent per m3. In de 6 jaar daarna wordt dit tarief jaarlijks met telkens 1 cent per m3 verhoogd. Ook het tarief voor de glas-tuinbouw wordt in de eerste schijf evenredig verhoogd, met 0,642 cent per m3 in 2020 en met 0,161 cent per m3 in de 6 jaar daarna.

Belastingrente vennootschapsbelasting

Daarnaast wordt er vanaf 1 januari 2020 bij de vennootschapsbelasting geen belastingrente in reke-ning gebracht als een ondernemer de aangifte indient voor de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (dit is meestal 1 juni) en de ingediende aangifte juist is.


Let op!

De maatregel vindt al toepassing voor belastingaanslagen over tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2019.

Einde betalingskorting Vpb

Als belastingplichtigen de verschuldigde belasting in één keer en niet in maandelijkse termijnen beta-len, krijgen zij in bepaalde gevallen een betalingskorting van de Belastingdienst. Het kabinet wil deze betalingskorting voor de vennootschapsbelasting afschaffen per 1 januari 2021.


Tip:

Op het aanslagbiljet kunt u de eventuele betalingskorting zien. Dat geldt nu ook nog voor (voorlopige) aanslagen vennootschapsbelasting. Het kabinetsplan is namelijk nog geen wet.

Verlaging van de zelfstandigenaftrek

Om het verschil tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen, stelt het kabinet voor de zelfstandigenaftrek per 2020 met acht stappen van € 250 en een stap van € 280 te verlagen van € 7.280 in 2019 naar € 5.000 in 2028. Dit betekent dat de zelfstandigenaftrek uitkomt op circa twee derde van het huidige niveau. Doordat tegenover de afbouw van de zelfstandigenaftrek maatregelen staan die de lasten verlichten (zoals de verhoging van de arbeidskorting), gaan zelfstandigen er tot en met 2028 in de meeste gevallen nog steeds op vooruit.

Aftrekuitsluiting dwangsommen

Waren boetes al niet aftrekbaar, ook opgelegde dwangsommen worden met ingang van volgend jaar uitgesloten.


WKR: vrijstelling vergoeding VOG

Voor een aantal beroepen zijn werknemers wettelijk verplicht om aan de werkgever een Verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Ook als zij daartoe niet verplicht zijn, vragen werkgevers regel-matig om een VOG. Veel werkgevers vergoeden dan de aanvraagkosten. Om te voorkomen dat de werknemer heffing is verschuldigd over die vergoeding, brengen zij de vergoeding ten laste van de vrije ruimte. Het voorstel is om de vergoeding van de kosten van de VOG aan de werknemer gericht vrij te stellen, waardoor deze niet meer ten laste van de vrije ruimte komt.

Waardering producten uit eigen bedrijf

De werkgever moet de waarde van producten uit eigen bedrijf nu bepalen op het door de werkgever aan derden in rekening te brengen bedrag. Dit bedrag hoeft niet gelijk te zijn aan de waarde in het economische verkeer. Om de bepaling van de waarde van het product uit het eigen bedrijf in lijn te brengen met de gerichte vrijstelling van 20% wordt voorgesteld om de waarde van het product uit eigen bedrijf steeds te stellen op de waarde in het economische verkeer.

Indexeren vrijwilligersregeling

Sinds 1 januari 2019 kunnen personen die als vrijwilliger werkzaam zijn daar een belastingvrije ver-goeding voor krijgen van maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. Ook hoeven er over dat bedrag geen premies werknemersverzekeringen af te worden gedragen. Voorgesteld wordt de genoemde maxima met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks te indexeren. Het maximumbedrag zal per kalenderjaar rekenkundig worden afgerond op een veelvoud van € 100.


Nadere invulling begrip vaste inrichting

De aanwezigheid van een vaste inrichting (bijvoorbeeld een filiaal) is een van de aangrijpingspunten voor een staat om tot belastingheffing van een niet in die staat gevestigd lichaam of ondernemer over te gaan. Er bestaan mogelijkheden om de kwalificatie als vaste inrichting kunstmatig te omzeilen. De nieuwe invulling van het begrip vaste inrichting richt zich tegen deze vorm van belastingontwijking. In verdragssituaties wordt in de nationale wetgeving (loonbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) verwezen naar de definitie van de vaste inrichting in het specifiek van toepassing zijnde belastingverdrag. Zo wordt voorkomen dat er op basis van de nationale wet geen sprake is van een vaste inrichting, terwijl het heffingsrecht onder een belastingverdrag wel aan Nederland toekomt. In niet-verdragssituaties wordt door opname van de definitie in nationale wetgeving aangesloten bij de meest recente versie van het OESO-modelverdrag en de bijbehorende internationale antimisbruikmaatregelen in het kader van het BEPS-project.

Herziening earningsstrippingsmaatregel

De wetgever stelt voor dat de inspecteur een afgegeven beschikking met betrekking tot het voort te wentelen saldo aan renten kan herzien bij een nieuw feit, kwade trouw of een voor de belastingplichti-ge redelijkerwijs kenbare fout. Hiervoor zal eenzelfde termijn gaan gelden als voor navordering van te weinig geheven belasting. Daarnaast kan de inspecteur een beschikking afgeven ingeval het voortge-wentelde saldo aan renten van een eerder jaar in aftrek komt bij het bepalen van de winst van een jaar. Deze maatregelen dragen bij aan de rechtszekerheid voor belastingplichtigen en het toezicht op de regeling door de Belastingdienst.

Liquidatie- en stakingsverliesregeling

Bedrijven kunnen nu bij de ontbinding van een dochteronderneming of het staken van een bedrijfs-activiteit in het buitenland onbeperkt verliezen aftrekken van hun Nederlandse winst. Voorgesteld is om vanaf 2021 de liquidatie- en stakingsverliesregeling zo aan te passen dat minder vaak een verlies in aftrek kan worden gebracht. Men wil het onmogelijk maken om een liquidatie- en stakingsverlies te nemen op deelnemingen en vaste inrichtingen buiten de EU en de EER en de planbaarheid van het liquidatie- en stakingsverlies te beperken.


Let op!

Dit plan is nog niet in een wetsvoorstel vastgelegd. Het is de bedoeling dat de aanpassin-gen vanaf 2021 gaan gelden.


Voordeel nieuwbouwer in schaarstegebied

Als een verhuurder op of na 1 januari 2020 begint met de bouw van een woning in een aangewezen schaarstegebied en deze woning binnen vijf jaar realiseert, kan hij zichzelf verhuurderheffing bespa-ren. Maar dan moet de woning wel een huurprijs hebben onder de laagste aftoppingsgrens in de huurtoeslag (€ 607,46 in 2019). De minimale investeringskosten moeten € 62.500 bedragen. Voldoet de verhuurder aan deze en nog een paar andere voorwaarden, dan bedraagt de heffingsvermindering in principe € 25.000 per woning.


Tip:

De gehele provincie Utrecht, het oosten van Noord-Brabant, de Betuwe en de Veluwe, een groot deel van het midden en zuiden van Noord-Holland, Leiden en de Bollenstreek zijn in ieder geval aangewezen schaarstegebieden.